basis kennis

Basis kennis van de West Afrikaanse percussie uit Guinee en Mali:
 
Instrumenten:
 
 
 
Djembe:
bij de meesten wel bekend. Meestal bespannen met geitenhuid, soms met koe, paard of kameel.
De djembe bespeel je met blote handen. Er zijn 3 basis djembe technieken. De bas wordt in het midden gespeeld, klinkt laag en vibreert relatief lang door. De tonen en slaps worden aan de rand gespeeld waarbij de slaps het hoogste klinken.
 
Doundouns;
De  doundouns zijn de basdrums; er zijn 3 soorten. De kleinst is kenkeni, de middelste sangban en de grootste doundounba ('ba' betekent groot). Het zijn uitgeholde boomstammen met een diameter van ongeveer 25 cm tot wel zo een 60 centimeter(!) Ze zijn alle drie aan beide kanten met koeienhuid bespannen.
traditioneel wordt iedere drum door 1 persoon gespeeld. Met de 'zwakke' hand wordt dan met een ijzeren ring of stokje een bel bespeeld (kenken) en met de 'sterke' hand wordt met een houten stok op het vel geslagen. De drum ligt (in standaard, op de grond of hangend aan met een simpeldraagsysteem) plat met de bel bovenop.
Tegenwoordig zie je ook veel doundounspelers die in hun eentje op de drie drums slaan. Dit is ontstaan in de jaren 70. De muziek verplaatste zich vanuit de dorpen naar de podia in de steden. Ook kwam de muziek naar Europa toe en werden de traditionele ritmes vertaald voor een performance op een podium. Om ruimte te besparen die de dansers nodig hebben op het (vaak) kleine podium hebben ze de doundouns zo aangepast: Ze zetten de drums naast elkaar rechtop en slaan met 2 houten stokken op de vellen. Zo nemen ze veel minder ruimte in beslag dan drie drums plat op een standaard met bij iedere drum een speler. Natuurlijk scheelt het ook dat er 2 spelers minder nodig zijn en er zo meer geld overblijft van de gage :-) Deze stijl wordt ook wel 'Ballet stijl' genoemd.
balafon;
Dit is een melodisch instrument. Het is de voorloper van de xylofoon. Een rij klankstaven van hardhout (balafonhout:-) met daaronder een kalebas voor de resonantie. In de kalabssen zitten kleine gaten met een dun plastic vliesje eroverheen. Deze trillen mee en geven een hoog sizzle geluid. De balafon wordt bespeeld met stokken.
n'goni, kora en Bolon;
Ook dit zijn melodische instrumenten. Het is de voorloper van de harp. Een grote kalebas is de klankkast. Bespannen met een geitevel waarop de snaarhouder rust en zo de vibraties doorgeeft. De n'goni heeft 6 tot 12 snaren, de Kora meestal zo een 32. De snaren worden tegenwoordig vaak gemaakt van visdraad. Er bestaat ook een basharp; de Bolon; deze heeft 4 dikke snaren van huid of darmen.
shekere;
een schud instrument van kalebas. Om de ronding van de kalebas zit een net van touw met daarin schelpjes of harde zaden in geknoopt. Als je hem schudt glijden/tikken de zaden/schelpen tegen de kalebas.
 
 
Muziektermen:
 
 
 
Begeleiding:
zowel de djembe als de douns hebben een begeleidingsritme. Dit is een frase die herhaaldelijk gespeeld wordt ter ondersteuning van de solo's en zang.
De djembe en kenkeni begeleiding is onveranderlijk en vaak een korte frase. De sangban en doundounba hebben vaak een wat langere frase en kunnen ook variëren (Ook de variaties staan vaak vast.). Hier is de basismelodie te horen van het ritme wat gespeeld wordt.  Zo is ook meteen duidelijk dat de doundouns veel ouder zijn dan de djembe's. Toen de doundouns al eeuwen hun melodie lieten horen kwamen de djembe's er ergen in de middeleeuwen bij: zij vullen de langbestaande melodie van de doundouns aan.
chauffement of échauffement;
Vrij vertaald uit het Frans betekent het opzwepen/opwarmen.
De djembe speelt op iedere tel een slag. Meeste slagen zijn slaps, en af en toe wordt er een toon gespeeld. De plek waar de tonen zitten staan vast en verschillen per ritme. De chaufement heeft een dubbele functie: het opzwepen van het ritme, maar ook het aankondigen van verandering in het ritme; einde van de solo's, begin van een tussenbreak, einde van het ritme, terug naar zang enz.